
Over het Pad der Rozen
Waar het begon
Het Pad der Rozen begon bij mijn Indische oma.
In mijn poëziealbum schreef deze oma:
“Bewandel steeds het pad der rozen,
vergeet onze stille tranen niet.”
Lange tijd vond ik het vooral mooie woorden.
Pas later begreep ik hoeveel ze met mij waren meegereisd.
Toen mijn moeder in juni 2025 plotseling overleed, kwam er een vraag bij me binnen:
Wat wil ik zelf nalaten?
Niet alleen tastbare bezittingen of herinneringen.
Maar ook iets wat betekenis heeft.
Iets wat met een ander mee kan reizen.
Woorden misschien.
En toen viel op een dag mijn oude poëziealbum uit mijn handen. Het sloeg open.
Precies op die pagina. Magisch. De woorden van mijn oma waren er al die tijd geweest.
Ik hoefde ze alleen opnieuw te zien.
Wat mij gevormd heeft
Pad der Rozen is ontstaan uit mijn leven, mijn ervaringen en verliezen, mijn belangstelling voor mensen en hoe zij met verlies omgaan, al van kinds af aan, en mijn manier van kijken.
Ik neem van nature graag de buitenbocht.
DE BUITENBOCHT
Soms hoef je niet de kortste weg te nemen.
De buitenbocht geeft ruimte om te kijken.
Om te vertragen.
Om op te merken wat je anders misschien voorbijloopt.
Wat ligt er naast het gebaande pad?
Wat wordt niet meteen zichtbaar?
Wat laat zich pas zien als je even blijft?
De buitenbocht is voor mij geen omweg.
Het is een andere manier van onderweg zijn.
Als kind was ik gefascineerd door het onzichtbare verlies. Door dat moment waarop je denkt:
En nu?
Wat gebeurt er nadat iemand of iets afscheid van je heeft genomen?
Wat blijft er achter?
Ik denk terug aan onze gezinshond van vroeger.
Op een dag kwam ik uit school en was hij er niet meer.
Ik had geen afscheid kunnen nemen.
Voor Felix schreef ik een gedicht. Over het gemis, maar vooral over het feit dat ik geen afscheid van hem had kunnen nemen.
Misschien was dat wel een van de eerste keren dat ik probeerde woorden te geven aan iets wat vanbinnen bleef bestaan.
En dan mijn Indische opa.
Ik zag als kind dat hij geen nagels meer had.
Ik voelde dat daar een verhaal achter zat.
Maar ik voelde ook dat ik er misschien beter niet naar kon vragen.
Er waren dingen waarover niet gesproken werd.
Ik kon het als kind niet benoemen, maar ik kon het wel aanvoelen.
Dat er verlies kan zijn waar je niet over praat.
Dat pijn soms wordt meegenomen zonder dat iemand het ziet.
Dat een stilte óók iets kan vertellen.
Misschien is daar mijn belangstelling voor onzichtbaar verlies begonnen.
Niet bij een opleiding of een theorie, maar heel dichtbij.
In mijn eigen leven.
In wat ik zag.
In wat ik niet begreep.
In wat niet gezegd werd en toch voelbaar aanwezig was.
Later kreeg mijn belangstelling voor verlies en rouw na een intens persoonlijk verlies steeds meer vorm.
Ik volgde de opleiding Counseling en daarna de specialisaties Rouwcounseling en ACT.
Ik verlangde ernaar om rouwcounselor te worden.
Toen vroeg de coach bij wie ik was op een dag:
“Wat valt er nog te rouwen?”
Die vraag bleef bij me.
Want hoeveel verliezen dragen mensen met zich mee waar nauwelijks aandacht voor is?
Een afscheid dat niet heeft kunnen plaatsvinden.
Een relatie die eindigde zonder werkelijk afscheid.
Een toekomst die anders liep dan gehoopt.
Een familiegeschiedenis waarover gezwegen werd.
Iets wat je bent kwijtgeraakt, maar waarvoor de buitenwereld geen rouw herkent.
Juist voor dat soort verlies wil ik ruimte maken.
Niet om te vertellen hoe iemand moet rouwen.
Maar om te luisteren naar wat er werkelijk leeft.
Om te blijven bij wat misschien nog geen woorden heeft.
Mijn opleiding Verlieskunde Verborgen Verlies en mijn werkervaring met Rouwgoud hebben mijn kennis en blik verder verdiept.
Maar het is ook mijn eigen leven dat mij heeft geleerd om te vertragen.
Om te luisteren.
Om niet alles meteen te willen begrijpen of oplossen.
Mijn Nederlandse oma zei vaak:
“Blijf je nog even?”
Ook die woorden zijn met me meegereisd.
Niet meteen door.
Even blijven.
Aandacht geven.
Luisteren naar wat er werkelijk leeft.
Het logo van Pad der Rozen is gebaseerd op een sieraad dat mijn moeder mij gaf.
In de beweging van het sieraad herken ik het pad dat voor mij bij Pad der Rozen hoort:
Van binnen naar buiten
en weer terug.
Soms voert het pad naar binnen.
Naar stilte.
Naar herinneringen.
Naar verdriet.
Naar jezelf.
Naar wat er werkelijk leeft.
En soms ontstaat daarvandaan weer ruimte om naar buiten te bewegen.
Niet omdat alles opgelost is.
Maar omdat je iets hebt aangekeken, gevoeld of een plek hebt gegeven.
Het leven kent rozen en doornen.
Licht en schaduw.
Vasthouden en loslaten.
Hoewel ik me soms afvraag of loslaten wel altijd het juiste woord is.
Misschien is het soms:
anders vasthouden.
Of aanvaarden wat er is.
Of iets zo verweven met je leven dat het niet meer tegenover je staat als iets wat je kwijt bent, maar onderdeel is geworden van wie je bent.
En misschien komt er, na al het doorleven en doorvoelen, soms een ander soort loslaten.
Niet omdat jij het hebt losgelaten.
Maar omdat het jou loslaat.
Omdat je het niet meer voortdurend hoeft vast te houden.
Omdat het een plek heeft gekregen.
Omdat het met je mee mag reizen.
Sommige verliezen zijn zichtbaar.
Andere draag je mee zonder dat iemand ze ziet.
Juist voor dat onzichtbare wil ik ruimte maken.
Ik weet niet precies waar Pad der Rozen uiteindelijk naartoe gaat.
Maar ik weet wel waar het vandaan komt.
Van de woorden van mijn oma.
Van mijn moeder.
Van mijn eigen ervaringen en verliezen.
Van de mensen die ik onderweg heb ontmoet.
Van alles wat ik heb geleerd en ontvangen.
Ik geef door wat ik heb ontvangen.
In woorden.
In verhalen.
In aandacht.
Ik hoef niet te weten waar het pad precies naartoe leidt.
Het pad ligt er.
De woorden mogen gaan reizen.

De seizoensbrief
Wanneer het seizoen verandert, ligt er een nieuwe brief voor je.
Met een verhaal, een gedachte, een ritueel of een kleine oefening.
Soms om te lezen. Soms om te voelen.
Soms alleen maar even om stil te staan.



